Daltononderwijs
Het daltonsysteem is uitgedacht door Helen Parkhurst (1887-1973). Begin vorige eeuw ontwikkelde zij haar methode in de plaats Dalton in de Verenigde Staten. De traditionele werkwijze van de school sprak haar niet aan. Helen Parkhurst heeft enkele jaren met Maria Montessori samengewerkt. Omdat zij van mening was, dat opvoeding en onderwijs meer dan in het montessorisysteem in harmonie moesten zijn met de eisen van de maatschappij, ging zij haar eigen weg.
Uitgangspunten
Het daltononderwijs kan niet beschouwd worden als een uitgewerkt systeem. Helen Parkhurst gaf grondbeginselen. De belangrijkste uitgangspunten die het Daltononderwijs kenmerken zijn het bevorderen van: - de vrijheid
- de zelfwerkzaamheid
- de onderlinge samenwerking.
Juist de begrenzing van de vrijheid is essentieel om te leren hoe verantwoordelijk met die vrijheid om te gaan. In daltonscholen wordt de vrijheid begrenst door de opdrachten of taken. De opdracht wordt zo gegeven, dat zij de leerling verplicht tot werken, maar hem/haar vrijlaat in de aanpak en de wijze van verwerking van de opdracht.
Schooluren
De uren op een daltonschool worden verdeeld in klassikale en taakuren.
In de taakuren kunnen kinderen kiezen aan welk vak zij willen werken. De taken bestaan uit opdrachten of opgaven die de leerlingen in een vastgelegde tijd moeten afwerken.
Daarnaast zijn er klassieke uren. Hierin moet de noodzakelijke instructie gegeven worden.
Hoewel zelfverworven kennis hoog wordt aangeslagen, is het vanwege de tijd van de docent niet mogelijk om de kinderen alles zelf te laten ontdekken. Bovendien vervullen de klassikale uren nog een andere functie: voor de sociale vorming zijn gemeenschappelijke activiteiten noodzakelijk.
Vrijheid
Bij het maken van taken heeft het kind een grote vrijheid. Kinderen kunnen samenwerken, zich vrij bewegen in klas en gebouw. Het zelfstandig leren werken is één van de belangrijkste leerwegen voor het kind. De docent moet de leerling stimuleren, helpen en er op toezien dat de vrijheid goed wordt gebruikt. De rol van de docent is voor het slagen van deze methode van groot belang. De kinderen krijgen een besef, dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de vrijheid en dat zij de anderen daarin niet mogen storen.
De vrijheid in het daltononderwijs heeft drie vormen:
- het kunnen kiezen van de volgorde van werken en vakken
- het kunnen samenwerken met medeleerlingen
- de vrije verdeling van tijd die besteed wordt aan de vakken.
Samenwerking
De onderlinge samenwerking kan verschillende vormen aannemen in het daltononderwijs, bijvoorbeeld de hulp van het ene kind aan een ander. Een verdergaande samenwerking is de kinderen samen bepaalde opdrachten te laten maken of elkaar te laten overhoren.
Niet alle scholen die volgens deze principes werken en uitgaan van het daltonsysteem dragen de naam daltonschool. Men zou kunnen stellen dat het daltononderwijs zich niet verzet tegen het klassieke onderwijs, maar binnen dat onderwijs zoekt naar gestructureerde mogelijkheden voor de ontplooiing van het kind in ruimere zin.




