Een speciale school

spelen

De scholen in het speciaal onderwijs worden, net als het reguliere onderwijs, onderzocht door de Onderwijsinspectie.

De Onderwijsinspectie bekijkt of het onderwijs op de school voldoet aan de eisen die gesteld zijn door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De rapporten die de Onderwijsinspectie opstelt zijn, sinds 2007, openbaar en te vinden op de website van de Onderwijsinspectie. Zo kun je als ouder nalezen of de school goed functioneert of punten tot aanbeveling heeft. Of misschien zijn er misstanden in de school die de ouder voor ogen heeft. Een school wordt niet ieder jaar, maar om de paar jaar onderzocht door het brengen van een bezoek aan de school.

Aandachtspunten

De Onderwijsinspectie controleert de dit jaar extra op de aanwezigheid van verplichte documenten, denk aan een schoolgids of schoolplan. Ook controleren ze of van het onderwijs- en onderwijsondersteunend personeel en directie Verklaringen Omtrent het Gedrag aanwezig zijn. Verder is er extra aandacht voor de bekwaamheidseisen en beroepskwalificaties van het onderwijs(ondersteunend) personeel inclusief de directie.

Wet Kwaliteit (Voortgezet )Speciaal Onderwijs

Naast de algemene, voor al het onderwijs geldende eisen, is per 1 augustus 2013 een nieuwe wet in werking getreden, nl. de Wet kwaliteit (V)SO. Deze wet moet er voor zorgen dat de richtlijnen worden nageleefd om kinderen in het speciaal onderwijs voor te bereiden op doorstroming na het voortgezet onderwijs.
Voor alle kinderen in het speciaal onderwijs moet een ontwikkelingsperspectief vastgesteld worden en de voortgang van de ontwikkeling moet geregistreerd worden. In het ontwikkelingsperspectief staat onder andere welk van de drie uitstroomprofielen voor het kind geldt.

Uitstroomprofiel

Kinderen in het speciaal (voortgezet) onderwijs krijgen onderwijs gericht naar een uitstroomprofiel. Zo is er een profiel vervolgonderwijs, deze is gericht op het halen van een regulier diploma. Verder kan een uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht zijn. Hier wordt er gewerkt naar een overstap naar de arbeidsmarkt, het liefst met een duurzaam arbeidscontract voor de leerling.
Tot slot kan het onderwijs gericht zijn op de uitstroom naar dagbesteding, om de leerling zo zelfstandig mogelijk te laten functioneren in de diverse vormen van dagactiviteiten.