Freinetonderwijs
De Fransman Celestin Freinet (1886-1966) vond dat de traditionele scholen ongeschikt waren voor de gewone dorpskinderen, zoals hij die kende uit zijn geboortedorp. De kinderen moesten eerst gemotiveerd worden om tot leren te komen. Freinet slaagde hierin door met hen naar buiten te gaan en ze zelf te laten onderzoeken hoe het dorpsleven toegaat. Hij liet de kinderen op school een drukpers gebruiken, zelf boekjes maken, hun ervaringen opschrijven en uitdragen. De coöperatieve vereniging 'de drukpers op school', opgericht in 1950, zorgde voor belangstelling in Nederland voor Freinet's ideeën en verspreiding van de voor zijn methode benodigde leermiddelen.
Basisgedachten
Het kind leeft in twee werelden: school en thuis. Deze sluiten niet op elkaar aan. Freinet gaat uit van de thuiswereld van het kind. In die thuiswereld wordt gewerkt en de school sluit hierbij aan. Werk (arbeid) neemt dus bij dat onderwijs een belangrijke plaats in. Volgens Freinet is arbeid niet strijdig met spel, twee kanten van hetzelfde, twee kanten die een kind samen nodig heeft om aan zijn behoefte tot geestelijke en lichamelijke inspanning zo goed mogelijk te voldoen.
Voor een kind wordt dat duidelijker als we de leerstof op school koppelen aan de arbeid en het spel. Het belangrijkste dat Freinet ons leert, is dat leren fijn kan zijn. Kinderen moeten zelf kennis willen zoeken, dwang moet vermeden worden.
Enkele freinettechnieken
Groepsvergadering
Elke dag begint met een 'groepsvergadering' (klassegesprek). De kinderen wisselen ervaringen uit en spreken af wat iedereen die dag gaat doen. Op het einde van de schooldag vindt er weer een gesprek plaats en wordt de dag doorgepraat, met elkaar en over elkaar.
De vrije tekst
In de vergadering wordt een tekst van één van de kinderen gekozen. Deze tekst wordt met elkaar uitgewerkt, opgeschreven, getekend, ontleed of gezongen. Allerlei probemen komen aan de orde, zoals uitspraak en spelling van woorden, meervoudsvormen en vervoegingen. Omdat de basistekst door de kinderen zelf is gemaakt, blijft het taalonderwijs levend, logisch en functioneel.
Elke kritiek op taalfouten en handschrift van het kind belemmert de vrijhed om te uiten. De vorm die het kind kiest moet worden aanvaard. Het bijslijpen van die vorm moet weer van het kind uitgaan, dat komt vanzelf als hij/zij leert dat leren fijn is.
Werkorganisatie
Belangrijk is dat een kind vooraf vaststelt wat het in een dag of een week (afhankelijk van de leeftijd) wil gaan doen; werk verdelen moet worden geleerd. Op Freinetscholen maakt elk kind in overleg met de leerkracht en andere kinderen zijn dag- of weekplanning.
Ouderparticipatie/ouderhulp
Elke hulp die ouders kunnen bieden is welkom, zowel tijdens het leerproces als bij huishoudelijke en organisatorische activiteiten. Iedere school heeft voor de organisatie van deze ouderactiviteiten een oudercommissie, die gekozen wordt door de ouders.
Leren is fijn
Zeer belangrijk is dat een kind zelfstandig leert werken, dat het leert zelf zijn tijd in te delen en te zorgen dat taken op tijd klaar zijn. Dit speciaal met het oog op het voortgezet onderwijs. De freinetbeweging vindt dat hun kinderen goed zijn toegerust, omdat zij hebben geleerd zowel individueel als gezamenlijke verantwoordelijkheid te dragen voor hun werk.




